Als je in Rusland ben ben je in Rusland, toch? Mooi mis! Ik ben in de autonome republiek Boerjatië! In de hoofdstad nog wel! Wist ik veel.

Dus in plaats van tussen de norse Russen kwam ik tussen de vrolijke Aziaten terecht. Ze claimen afstammelingen van Djenghis Khan te zijn en dachten in hun Sjamanische periode dat het Bajkalmeer de hemel was. Nu is de gemiddelde Boerjaat Tibettaans Boeddhist en geen nomade meer.

Ik logeer midden in het centrum. Vlak bij het ongebruikelijke hoofd van Lenin in het huis waar de auteur van het Boerjatische volkslied heeft gewoond. Hij was schrijver, dichter en ook nog een tijdje minister van cultuur hier. En nu is ie dood. Zijn vrouw en dochter hebben mij voor een paar dagen in het gezin opgenomen en ik voel me zeer vereerd. Want het was me nochal een pief.

LeninTempel

De dochter geeft les aan de school voor toerisme. Dus nadenken over wat te doen hoef ik niet meer. Ze had me gisteravond gestald bij een concert van een Boerjatische muziekgroep die populaire Boerjatische muziek in de Boerjatische taal zongen. Er was niet veel publiek. Vrijwel allemaal bekenden van de groep. En het was ook allemaal wat knullig. Iets beter dan een muziekschool uitvoering waarbij later op de avond de docenten ook een paar liedjes doen. Maar het geheel was hard werkend en zeer enthousiast en dat telt ook. Ik heb nog een soort van volksdans gedaan die leek op wat ze in Bretagne doen. Maar dan creatiever. En “Djenghis Khan!” meegebruld. Allemaal zonder alcohol, want ze verkochten er niets.

Vandaag heb ik de Boeddhistische tempel bezocht. Ik voelde me er een indringer. Al die rituelen die ik niet begrijp… En de man die naast me op het bankje bij het straalkacheltje zat begreep mij weer niet. Onze conversatie bereikte zijn hoogtepunt toen hij mijn taalgidsje in handen had. Ik geloof dat hij me duidelijk probeerde te maken dat ik schapenvlees in mijn hoofd had. “Aaai, Gollandi, njet, njet, njet.” En hij schudde zijn hoofd.
Ik weet niet of hij het goed met mij voor had. En of hij eigenlijk wel Boeddhist was. Hij zag er niet uit als een zwerver maar leek alleen in de tempel om zich op te warmen. Ik ben hem gaan negeren en gaan bidden op een manier die ik wel kende. Dat leek me gepast. Daarna heb ik wat rondgekeken. Alles was nieuw en schoon. Een beetje kitch zelfs. Ik weet niet wat ik verwachtte maar het viel me tegen. Ik heb mijn kleingeld gedumpt op een leeuw en pakte bus 97 terug naar het centrum.

Het historisch museum hier is op zich wel de moeite waard. Het ontstaan van het huidige Boerjatie en hoe het zo in Rusland terecht is gekomen. Speerpunten, klederdracht en meer Boeddhistische beelden. Dit maal wel indrukwekkend. Die met die 5 koppen en 34 armen die al neukend de dood heeft verslagen kende ik nog niet. En die ene waar bij stond dat ie 7 hoofden en duizend armen had klopte niet. Het waren maar 46 armen.
Heus.

Ik begrijp geen snars van dat Tibetaanse Hindoeistische Boeddhisme van hier. Maar fascinerend is het natuurlijk wel. En omdat ik er perse iets wilde kopen heb ik nu 21 foto’s van mensen in klederdracht. Als ik terug kom mogen jullie er allemaal eentje hebben.