We waren nog niet uit Ulan Ude vertrokken toen ik kennismaakte met mijn nieuwe vriend. Sergej heette hij. Hij leek een enorme kater te hebben en te balen van mijn gezelschap. Maar daar zette hij zich snel overheen voor een paar vriendelijke Russische woorden. Hij was ook onderweg naar Moskou, want daar woont hij. En na die woorden is ie gaan liggen en ik besloot hem maar zoveel mogelijk met rust te laten tot zijn kater voorbij was. Misschien dat we dan een potje schaak zouden kunnen spelen?
Maar hij had iets anders in gedachten. Tien minuten later stond ie weer op om bij de provodnik twee blikken bier te halen. Na enige twijfel gaf hij er een aan mij en leerde me een nieuwe proost. Iets als “Garisji Tidjim!”. Ik vond het wat vroeg om te drinken, zo om half elf ’s ochtends. Maar ik was tenslotte in Rusland en hij was Rus. Dus laten we de eerste maar meedrinken. Proost. Sergej stond op om te gaan roken. Hij liep weg, kwam weer terug om een aansteker te zoeken, nam de mijne aan en vertrok weer. Toen hij weer terug kwam dronk ie zijn biertje op en ging weer liggen. En ik zat er rustig tegenover in mijn boekje te lezen over de Romeinse filosofen. ’s Ochtends neem ik liever de tijd voor mijn biertje.
Sergej zit op en kijkt of ie nog bier heeft. Controleert dan een fles die nog op tafel stond. Daarna mijn blik. Ah. Gelukkig. Hij neemt een paar slokken en gaat weer liggen. Toen ie weer sliep heb ik onze blikken maar omgeruild. Ik had toch niet zo’n trek. Hij mag het hebben.
Ik lees over de stoicijnen en sla hem vanuit mijn ooghoek gaande. Hij heeft een vast ritueel. Als ie wakker wordt, dat is zo om het kwartier, controleert hij eerst of er nog ergens een druppel bier in zit. Dan controleert hij zijn jas of daar nog wat geld in zit. Dan controleert hij of hij nog cigaretten heeft. Ah, eindelijk raak. En dan gaat ie roken. Binnen een minuut is ie weer terug en controleert hij zijn bier weer. En demijne. Dan zijn jas. Hij kreunt en gaat weer liggen.
Ik heb hem een slok water aangeboden maar dat weigerde hij. Hij zei dat hij een echte Rus was. Gelukkig maar, want ik had hem niet graag aan mijn waterfles zien lurken. Hij heeft wel een mok, maar daar liggen drie uitgedrukte peuken in. Laten we die maar niet gebruiken dan.
Even later brak zijn trots. “Piva pazjalste!” smekte hij mij. “Bier alsjeblieft!” Ik heb het op een spraakverwarring laten uitkomen die eindigde op “Njet”. Toen is hij zijn jas maar weer gaan controleren. Zijn geheugen is kort. Roken dan maar weer.
En zo ging het een tijd door de eerste dag. Tot hij de Provodnik ervan overtuigde dat hij geld zou halen in Irkutsk. Dat heeft hij inderdaad gedaan. En tot die tijd heeft hij op de pof gedronken. Aan een stuk door. En gelukkig maar, want hij werd er een heel stuk rustiger door.
Hij slaapt een stuk beter met de wetenschap dat er een open blikje bier op hem staat te wachten. En als ie wakker is vertelt ie me in het Russisch verhalen over het grote Rusland. Nadat ie zich heeft verontschuldigd omdat hij dacht dat ik “Fransoski” (2x) of “Angliski” (1x) was. En mijn naam blijft ook niet hangen. Niets blijft hangen. Hij gaat steeds glaziger kijken.
Onhandig wordt hij ook. Hij kreeg zijn blikje bier niet open. Het lipje was afgebroken. Toen is ie ermee naar het rokersbalkon gegaan. Zonder veel succes. Het blik is gekreukeld. Het lekt. Maar is nog steeds dicht. Nadat het zo een tijdje heeft staan lekken heeft ie het weggegooid. Daarna is hij gaan zitten en een beetje in zichzelf gaan praten. Arme man.
Maar over het algemeen is hij best stil. Hij is waarschijnlijk de hele nacht doorgegaan met roken en drinken maar heeft me maar een keer wakker gemaakt. En dat was omdat hij bovenop me ging zitten. Hij was zeker vergeten dat ik er ook nog was.
Ga ik dit volhouden tot Moskou?
