Archives for Het Bontmuts Avontuur

Sergej de Alcoholist (3)

De provodnik houdt geen rekening met mij. Hij heeft Sergej zojuist een bord met uiendrab verkocht. En meer bier natuurlijk. De man gaat steeds erger stinken.

Bleek doorgroefd gezicht, brede greins met twee gouden tanden, waterige rode ogen en een pruillip. Best een eng gezicht om te zien als je net wakker wordt. Maar het had erger gekund. Hij is vervelend maar niet onvriendelijk. En hij slaapt gelukkig veel.
De provodnik kwam zojuist binnen om te stofzuigen. Hij nam de kont van mijn slapende metgezel mee.

Het hielp niet.

Hij zit op, drinkt bier, gaat roken en slaapt weer. Als hij wakker is ziet hij er oprecht ongelukkig uit.

Net is hij na het roken de verkeerde coupe binnen gelopen. De aanwezige dame heeft het op een gillen gezet. De provodnik heeft hem wederom streng toegesproken. Sergej liet het over hem heenkomen, ging liggen en probeerde kreunend zijn kussen te wurgen.

Twee keer heb ik hem betrapt toen hij in de coupe een sigaret opstak. Hij probeert het stiekem, maar daar is hij in zijn toestand niet meer toe in staat. Tweemaal is hij gedwee naar het rokersbalkongestommeld. Lopen begint nu ook echt een probleem te worden.

Het is alweer een paar uur later en hij heeft nu definitief het zombieschap bereikt. Ik zag het gebeuren deze keer. Hij probeerde weer de verkeerde deur. Een hoop heibel. Sergej werd onze coupe weer ingeschopt en de provodnik wenkte me. Hij had besloten mij uit mijn leiden te verlossen. Er was een coupe vrij gekomen en daar kon ik dan wel in. Juichend ben ik mijn spullen wezen pakken. Gered!

Nu zit ik heerlijk in mijn eentje in een niet-stinkend hokje. Maar ik ben nog niet helemaal van Sergej verlost. Zijn rook-frequentie is sinds mijn vertrek flink omhoog gegaan. Ik zie hem elke keer voorbij schuivelen. Hij ziet mij niet. Hij ziet niets meer. Zijn hele besef van de wereld is verdwenen. Hij wil alleen maar roken. Maar vooral drinken.

Ondertussen heb ik nieuwe vrienden gemaakt. Drie jonge militairen die in Vladiwostok zijn geweest om een auto te kopen. Honda’s. Ze zijn daar veel goedkoper. Ze hebben de grootste lol om Sergejs talrijke heen en weer gestommel en zeggen dat hij naar mij op zoek is.
Dat lijkt me niet zo waarschijnlijk. Maar het is wel opvallend dat hij nu zo vaak heen en weer loopt. Iedereen is nieuwschierig naar wat hij daar op het rokersbalkon doet. Hij is er te kort om te roken.

We zullen er nooit achterkomen. Want al snel daarna heeft Sergej ons verlaten. De provodnik heeft hem nu zelf betrapt op het roken in de coupe. Zonder mijn sociale controle is hij definitief gestopt met het letten op zijn omgeving. En mijnheer provodnik vond het nu wel genoeg geweest. In Jekatherineborg is die arme Sergej door de politie uit de trein gezet. Als een lammetje naar de slachtbank. Hij had totaal geen benul meer van wat er aan de hand was. Hoe kan iemand zichzelf zo af laten glijden?

Mijn drie nieuwe vrienden lachten er om en kochten twee tweeliterflessen bier om het te vieren. Ik heb even getwijfeld maar besloot dat ik nooit zo zou worden als Sergej. Ook niet als ik nu een glas bier dronk. Bovendien zijn ze braaf, die nieuwe vrienden van me. Om negen uur gingen ze slapen.

De laatste dag van de reis heb me vooral afgesloten van iedereen. Ook voor mijn nieuwe vrienden. Heerlijk alleen in de coupe. Niets aan mijn hoofd. Niets om handen. Eindelijk. Toch nog een zondag.

Sergej de Alcoholist (2)

Ik vond allemaal geld in de coupe. Niet van mij, dus van hem. En behoorlijk wat ook! Ik heb het hem gegeven. Zwijgend nam hij het aan en stopte hij het in zijn zak. Hij is er meteen bier van gaan halen.

Er liggen ook 6 pakjes sigaretten op tafel. Waarvan twee al half leeg. Sergej kan voorlopig door met zijn ritueel. Hij slaapt nu wel langer tussendoor. Dat is een verbetering. Helaas stinkt ie ook erger.

En het openen van biertjes gaat hem ook steeds slechter af. Ik heb vanmorgen met een mes een liploos blikje voor hem open geramd. Ik was de held van de dag. Voor twee minuten. En net gebeurde het hem weer. Nu kon er pas na aandringen een bedankje af. Het gaat snel bergafwaards met die man.
Ik heb niet de illusie dat ik hem te vriend hou als ik zijn blikjes open blijf maken. Sergej heeft maar een vriend. En Bier is zijn naam. Maar nu voorkom ik in ieder geval de troep van de eerste keer.

Ik ben ondertussen buiten op de gang gaan zitten lezen. Want binnen is de stank moeilijk te verdragen. Het went wel, na een minuut of vijf, maar gezond zal het niet zijn.
Ik hou uitzicht op de coupe. Ik laat hem liever niet onbeheerd alleen met mijn spullen. Mijn mok behoort ondertussen ook tot de biercheckronde. Nadat hij hem twee keer aan zijn lippen heeft gezet om te ontdekken dat er alleen maar druppels water in zitten heb ik het ding maar weggestopt. Nu probeert hij een pakje cigaretten open te maken. Bepaald geen gemakkelijke opgave in zijn conditie.

Hij doet alles in drie pogingen. Dan vergeet hij wat hij aan het doen is en neemt ie nog een paar slokken bier. Om het daarna weer opnieuw te proberen. Ondertussen is hij verbazingwekkend proper. Hij blijft bier halen, maar hij gooit de lege blikjes netjes weg. Er staan er nooit meer dan vijf op tafel. Twee volle en een of meer half legen. En nu staan er ook nog twee vollen zonder lipje.

Maar hij slaapt weer. Of negeert in ieder geval zijn wakker-zijn. De arme man gaat er steeds ellendiger uit zien. Zijn ogen worden steeds roder en hij maakt steeds meer geluid. Waarschijnlijk zonder dat hij het zelf door heeft. Slapen-opzitten-bierdrinken-roken. En weer liggen. Maar hij houdt zich goed. Hij draait zich om en laat nog een scheet.

En een beste ook.

Ik maak me op voor een nacht in de lucht van verschraald bier.

Sergej

Sergej de Alcoholist (1)

We waren nog niet uit Ulan Ude vertrokken toen ik kennismaakte met mijn nieuwe vriend. Sergej heette hij. Hij leek een enorme kater te hebben en te balen van mijn gezelschap. Maar daar zette hij zich snel overheen voor een paar vriendelijke Russische woorden. Hij was ook onderweg naar Moskou, want daar woont hij. En na die woorden is ie gaan liggen en ik besloot hem maar zoveel mogelijk met rust te laten tot zijn kater voorbij was. Misschien dat we dan een potje schaak zouden kunnen spelen?

Maar hij had iets anders in gedachten. Tien minuten later stond ie weer op om bij de provodnik twee blikken bier te halen. Na enige twijfel gaf hij er een aan mij en leerde me een nieuwe proost. Iets als “Garisji Tidjim!”. Ik vond het wat vroeg om te drinken, zo om half elf ’s ochtends. Maar ik was tenslotte in Rusland en hij was Rus. Dus laten we de eerste maar meedrinken. Proost. Sergej stond op om te gaan roken. Hij liep weg, kwam weer terug om een aansteker te zoeken, nam de mijne aan en vertrok weer. Toen hij weer terug kwam dronk ie zijn biertje op en ging weer liggen. En ik zat er rustig tegenover in mijn boekje te lezen over de Romeinse filosofen. ’s Ochtends neem ik liever de tijd voor mijn biertje.

Sergej zit op en kijkt of ie nog bier heeft. Controleert dan een fles die nog op tafel stond. Daarna mijn blik. Ah. Gelukkig. Hij neemt een paar slokken en gaat weer liggen. Toen ie weer sliep heb ik onze blikken maar omgeruild. Ik had toch niet zo’n trek. Hij mag het hebben.

Ik lees over de stoicijnen en sla hem vanuit mijn ooghoek gaande. Hij heeft een vast ritueel. Als ie wakker wordt, dat is zo om het kwartier, controleert hij eerst of er nog ergens een druppel bier in zit. Dan controleert hij zijn jas of daar nog wat geld in zit. Dan controleert hij of hij nog cigaretten heeft. Ah, eindelijk raak. En dan gaat ie roken. Binnen een minuut is ie weer terug en controleert hij zijn bier weer. En demijne. Dan zijn jas. Hij kreunt en gaat weer liggen.

Ik heb hem een slok water aangeboden maar dat weigerde hij. Hij zei dat hij een echte Rus was. Gelukkig maar, want ik had hem niet graag aan mijn waterfles zien lurken. Hij heeft wel een mok, maar daar liggen drie uitgedrukte peuken in. Laten we die maar niet gebruiken dan.
Even later brak zijn trots. “Piva pazjalste!” smekte hij mij. “Bier alsjeblieft!” Ik heb het op een spraakverwarring laten uitkomen die eindigde op “Njet”. Toen is hij zijn jas maar weer gaan controleren. Zijn geheugen is kort. Roken dan maar weer.

En zo ging het een tijd door de eerste dag. Tot hij de Provodnik ervan overtuigde dat hij geld zou halen in Irkutsk. Dat heeft hij inderdaad gedaan. En tot die tijd heeft hij op de pof gedronken. Aan een stuk door. En gelukkig maar, want hij werd er een heel stuk rustiger door.

Hij slaapt een stuk beter met de wetenschap dat er een open blikje bier op hem staat te wachten. En als ie wakker is vertelt ie me in het Russisch verhalen over het grote Rusland. Nadat ie zich heeft verontschuldigd omdat hij dacht dat ik “Fransoski” (2x) of “Angliski” (1x) was. En mijn naam blijft ook niet hangen. Niets blijft hangen. Hij gaat steeds glaziger kijken.

Onhandig wordt hij ook. Hij kreeg zijn blikje bier niet open. Het lipje was afgebroken. Toen is ie ermee naar het rokersbalkon gegaan. Zonder veel succes. Het blik is gekreukeld. Het lekt. Maar is nog steeds dicht. Nadat het zo een tijdje heeft staan lekken heeft ie het weggegooid. Daarna is hij gaan zitten en een beetje in zichzelf gaan praten. Arme man.

Maar over het algemeen is hij best stil. Hij is waarschijnlijk de hele nacht doorgegaan met roken en drinken maar heeft me maar een keer wakker gemaakt. En dat was omdat hij bovenop me ging zitten. Hij was zeker vergeten dat ik er ook nog was.

Ga ik dit volhouden tot Moskou?

Sergej

Melkwijn

Toen ik gister om 9 uur ’s avonds uitgeput thuis kwam had Rada, de dochter, nog een verassing voor me. Er zat alcohol in, was zeer traditioneel, moeilijk te krijgen, gebrouwen uit melk en niet te drinken. Echt vies. Daar moet ik eerlijk over zijn. Maar wederom een interessante ervaring.

Even later kwam grootmoeder thuis. Ze was speciale gast op een feest in het geboortedorp van haar overleden man geweest. En ze had twee witte zijden sjaals gekregen. Da’s zelfs nog hoger dan paars! Trots en verguld was ze. En helemaal toen ze de melkwijn ontdekte. Blijkbaar is het inderdaad zeer exclusief. Ze wilde dat ik ook dronk, maar ik heb weten te weigeren. Ik kan me niet voorstellen dat daar ooit iemand dronken van wordt.

Vanmorgen lag er een zwerver in het trappenhuis te slapen. Ik geef hem groot gelijk met deze temperaturen. Gisteravond zag ik er ook eentje een vuurtje bouwen achter een afvalcontainer. Stadsnomaden hebben een hard leven hier. Ik ben er in vergelijking met Vladiwostok niet veel tegen gekomen. Dat komt wellicht omdat ze hier socialer zijn, maar ik denk ook dat ze hier sneller dood gaan.

Vandaag doe ik het rustig aan. Ik heb nog wat souvenirs gekocht voor het geval 21 te kort is. En een heel bijzonder schaakspel. Straks ga ik nog wat proviand inslaan want ik ga weer flink treinen morgen. Vijf dagen lang dit keer.

De Boerjaten

Als je in Rusland ben ben je in Rusland, toch? Mooi mis! Ik ben in de autonome republiek Boerjatië! In de hoofdstad nog wel! Wist ik veel.

Dus in plaats van tussen de norse Russen kwam ik tussen de vrolijke Aziaten terecht. Ze claimen afstammelingen van Djenghis Khan te zijn en dachten in hun Sjamanische periode dat het Bajkalmeer de hemel was. Nu is de gemiddelde Boerjaat Tibettaans Boeddhist en geen nomade meer.

Ik logeer midden in het centrum. Vlak bij het ongebruikelijke hoofd van Lenin in het huis waar de auteur van het Boerjatische volkslied heeft gewoond. Hij was schrijver, dichter en ook nog een tijdje minister van cultuur hier. En nu is ie dood. Zijn vrouw en dochter hebben mij voor een paar dagen in het gezin opgenomen en ik voel me zeer vereerd. Want het was me nochal een pief.

LeninTempel

De dochter geeft les aan de school voor toerisme. Dus nadenken over wat te doen hoef ik niet meer. Ze had me gisteravond gestald bij een concert van een Boerjatische muziekgroep die populaire Boerjatische muziek in de Boerjatische taal zongen. Er was niet veel publiek. Vrijwel allemaal bekenden van de groep. En het was ook allemaal wat knullig. Iets beter dan een muziekschool uitvoering waarbij later op de avond de docenten ook een paar liedjes doen. Maar het geheel was hard werkend en zeer enthousiast en dat telt ook. Ik heb nog een soort van volksdans gedaan die leek op wat ze in Bretagne doen. Maar dan creatiever. En “Djenghis Khan!” meegebruld. Allemaal zonder alcohol, want ze verkochten er niets.

Vandaag heb ik de Boeddhistische tempel bezocht. Ik voelde me er een indringer. Al die rituelen die ik niet begrijp… En de man die naast me op het bankje bij het straalkacheltje zat begreep mij weer niet. Onze conversatie bereikte zijn hoogtepunt toen hij mijn taalgidsje in handen had. Ik geloof dat hij me duidelijk probeerde te maken dat ik schapenvlees in mijn hoofd had. “Aaai, Gollandi, njet, njet, njet.” En hij schudde zijn hoofd.
Ik weet niet of hij het goed met mij voor had. En of hij eigenlijk wel Boeddhist was. Hij zag er niet uit als een zwerver maar leek alleen in de tempel om zich op te warmen. Ik ben hem gaan negeren en gaan bidden op een manier die ik wel kende. Dat leek me gepast. Daarna heb ik wat rondgekeken. Alles was nieuw en schoon. Een beetje kitch zelfs. Ik weet niet wat ik verwachtte maar het viel me tegen. Ik heb mijn kleingeld gedumpt op een leeuw en pakte bus 97 terug naar het centrum.

Het historisch museum hier is op zich wel de moeite waard. Het ontstaan van het huidige Boerjatie en hoe het zo in Rusland terecht is gekomen. Speerpunten, klederdracht en meer Boeddhistische beelden. Dit maal wel indrukwekkend. Die met die 5 koppen en 34 armen die al neukend de dood heeft verslagen kende ik nog niet. En die ene waar bij stond dat ie 7 hoofden en duizend armen had klopte niet. Het waren maar 46 armen.
Heus.

Ik begrijp geen snars van dat Tibetaanse Hindoeistische Boeddhisme van hier. Maar fascinerend is het natuurlijk wel. En omdat ik er perse iets wilde kopen heb ik nu 21 foto’s van mensen in klederdracht. Als ik terug kom mogen jullie er allemaal eentje hebben.

Treinleven

De trein leeft. Hij steunt, piept en kreunt. Als hij zich op gang trekt hoor je zijn gewrichten kraken. Dan werkt hij zich naar een galop, zoemt en knort. En hij vloekt als hij een slecht stukje rails tegen komt.

De provodnica verzorgt hem. Stofzuigt zijn ingewanden, leegt de vuilniszakken, maakt de WC’s schoon en zorgt dat de spijsvertering op gang blijft. (Ik werd er vanmorgen in Ulan Ude netjes uitgepoept) Bij elke lange stop pakt ze een bijl en hakt ze de ijspegels onder hem vandaan. Daarna klopt ze lieflijk met de andere kant van de bijl op al zijn wielen. Daaraan hoort ze of de trein misschien ziek is. Of alles nog vast zit. Of er misschien een wiel vervangen moet worden.

Dan roept ze alle sigaretten rokende passagiers weer naar binnen en zet de trein zich weer in beweging. Vijf minuten later doet ze de WC deuren van het slot en mag Sipke weer plassen.

Dit was een uitermate lege reis. Drie nachten, twee dagen. Ik had een tweepersoonscoupe (wel 2e klasse) voor mij alleen. Ik had zelfs bijna de hele wagon voor mij alleen. Er waren maar een paar medereizigers en daar zaten geen nieuwschierigen tussen. Alleen tussen twee stations in had ik een coupegenoot, ook een Alexei en ook militair die me ook al zijn foto’s liet zien, ook met me op de foto wilde en ook alles van me wilde weten. En toen was hij weer weg en had ik alle tijd en rust voor mezelf. Denk aan twee lange lege zondagen waarin je niets hoeft. Heerlijk. Berken, naaldbomen, sneeuw, sneeuw en bergen. Ik kan er uren naar kijken.
Ik moest wel.

Boekje lezen, boekje schrijven, muziekjes luisteren. En puzzeltjes uit het logische puzzelboekje oplossen. En puzzeltjes uit het logische puzzelboekje NIET oplossen. Van maaltijd naar maaltijd. Eindelijk een beetje tijd om na te denken.

En nu ben ik dus in Ulan Ude. Een heel wat vriendelijkere stad dan Vladiwostok. Exotischer ook, gek genoeg. Vladiwostok wil graag “westers” zijn. Heeft ook niet zoveel historie. Ulan Ude wel. Ulan Ude is zichzelf. Het voelt hier een stuk prettiger. En -30 graden Celcius.

De Bontmuts

Vladiwostok is geen winkelstad. En zeker bij deze temperaturen niet. Het is een naargeestige kille verzameling blokken beton waarin alle mensen er uit zien alsof ze snel weer naar binnen willen. Bedelaars, alcoholisten en patserige nouveau-middenklasse. Daar reis je de halve wereld niet voor over.

En waar je een herenbontmuts kopen kan? Niemand die het weet. Ik heb alle winkels van Vladiwostok van binnen gezien. Waarschijnlijk ben ik de enige Nederlander die nu met zijn ogen dicht de weg in het centrum kent. Geen warenhuis, geen voetgangerstunnel-annex-winkelcentrum, geen bontmutsboutique, niets.

Ja, ik vond wel wat. Extravagante pluizebollen van over de 300 euro. Maar ik had me voorgenomen zo’n normale werkmans-bontmuts te vinden. En die hadden ze nergens.
Voor dames was er genoeg. Keuze zat. Bont, bont en nog eens bont. Voor heren? Keuze uit vier dure dooie dieren die niet pasten.

Ik had de markt gevonden. Daar was het ook niet. Daar verkopen ze vooral eten. Ook wel wat sjaals en jassen maar geen bontmuts. Meer winkels dan? Niets. Drie dagen lang heb ik lopen slenteren. De kleumende blini-verkoopster op de hoek heeft me van achter haar kar alle kanten op zien zwalken. Zonder bontmuts.

Maar op straat liepen ze wel rond! Alle mannelijke bontmutsdragers zijn hier boven de 50 maar zolang die nog niet dood zijn is er een markt, had ik bedacht. Ze moeten ze toch ergens gekocht hebben? Waar is die geheime plek?

Eigenlijk had ik de hoop al opgegeven. Moedeloos en teleurgesteld. Dat was ik. Het was misschien ook wel een beetje naief geweest om te denken dat Vladiwostok een bontmuts walhalla zou zijn. Alleen maar omdat het zo ver weg ligt. En zo’n grappige naam heeft.

Gister was ik alleen nog op zoek naar shampoo en een schaar om mijn snor netter bij te kunnen werken. En daar zag ik opeens een nieuw overdekt winkelcentrum. Wederom vol met europese mode en hyperdure shampoo’s. Maar deze keer, op verdieping twee (van zes) … ja! Daar was ie! Hier kopen al die mannen hun muts dus! De geheime bontmutsplek van Vladiwostok!

En meteen werd ik verliefd op een apart exemplaar. Niet de gewone werkmans-bontmuts dus. Die is zwart. Deze was rossig. Past mooi bij mijn baard, dacht ik nog. En hij had drukknoopjes in plaats van een koordje. Oh wat was die mooi! Blij tel ik 5500 roebel neer en huppel ik naar mijn appartement. De 9 trappen op. (De lift heeft het voor de derde keer begeven) En de 9 trappen weer af, want twee van de acht drukknoopjes waren kapot. Verrrdorie!

Zo gemakkelijk gaat dat dus niet he? Een bontmuts kopen. Ik moet er wel wat extra moeite voor doen. De twee dames in de winkel keken eerst of het gemakkelijk gemaakt kon worden. Dat bleek niet het geval. Toen nam de ene me bij de hand om een nieuwe uit te zoeken terwijl de andere in de telefoon kroop. Ze hadden ook wel door dat het deze was, en geen andere. Maar wie weet.

Na drie nieuwe mutsen gepast te hebben kwam de telefonerende bontmutsverkoopster me melden dat ik om 7 uur terug komen. Dan ging ze even heen en weer met de bus en had ze mijn bontmuts gemaakt. Of een andere van hetzelfde model. “Dank u, dank u, dank u veel!” Dat kan ik al in het Russisch zeggen. (De rest van de conversatie was gebarentaal)

En 2x negen trappen later is het de laatste optie geworden. Hij is donkerder, dus past minder bij mijn baard, maar ik ben er evengoed blij mee. De koning te rijk. Ontzettend gelukkig. Kijk maar:

De Bontmuts

Vladiwostok

Ik ben vanmorgen vroeg de trein uitgerold. Stinkend en wel, want er was geen water in mijn coupe. Pas eergisteravond kwam ik er achter dat de restauratiecoupe een douche had. Een werkende nog wel. Maar ik besloot dat ik het nog wel een dagje uit hield. En dat is gelukt.

Ik werd afgehaald door een mannetje met een grote auto met het stuur aan de verkeerde kant. Een korte research leerde mij dat alle auto’s hier het stuur aan de verkeerde kant hebben. Dat was in Sint Petersburg volgens mij niet zo. Hoe zit dat? Dat kan me niets schelen. Dat mannetje bracht me naar een douche.

Een douche op de negende verdieping op een heuvel vlak naast het centrum. Met de engste lift waar ik ooit in ben geweest. Maar het werkte en mijn kamertje is knus. Irina is de huismevrouw en haar dochter Dasha spreekt goed engels. Hoe jonger de mensen die ik tegen kom, hoe beter het engels. Lijkt wel.

Maar hoe was de treinreis verder?

Ik heb een enorme trits aan verhalen en foto’s maar die zal moeten wachten. Morgen misschien. Voor nu wilde ik even laten weten dat ik nog leef.

*** Inmiddels zijn die verhalen hier onder gebericht. Ik heb een beetje vals gespeeld met de tijd.***

Mijn verjaardag

“Siepkjeh, Siepkjeh! Come! Olga has problem!” Ja ja, een probleem met het opkrijgen van het bier zeker! Tegelijk met de berinnen was Andrej ingestapt. En Andrej had een fles vodka bij zich. Hij zat in de coupe van de handelsreizigers en die besloten samen met Olga en Locha dat die fles met mij gedeeld moest worden. Zelf bleven ze bier drinken.

Maar ik had mijn vodka. Eindelijk. Andrej hield het feest al snel voor gezien, maar het werd op verschillende plekken voortgezet. Eindigend op het ijskoude rokersbalkon. Opeens was er nog veel meer bier. En daar kwam nog een treetje uit de restauratie wagon! Tegelijk met meer vodka. Speciaal voor mij. En ze maakten me duidelijk dat het vandaag mijn verjaardag was. We maakten het namelijk wat al te bont, en zonder excuus van verjaardag zouden we volgens Olga zonder pardon de trein uit gezet worden. Ik kreeg een pakje sigaretten van Olga, een talisman van de “stille” handelsreizigers en meer vodka van Locha.

De berinnen waren uiterst aardig tegen mij de volgende ochtend. Maar ze maakten me wel vrij vroeg wakker met hun gebabbel. Hun goed recht natuurlijk. Ontbijt, “wassen” en weer slapen. Om om 1 uur weer opgehaald te worden door Locha en Kyolai. Of ik dood was? Nee natuurlijk niet. “Come Restaurant! Coffee!”

Maar in het restaurant was geen koffie. Er was soep! En brood! Goeie katerkuur, dacht ik nog. Tot Kyolai riep. “And now composition!” en de vodka werd gebracht. Drie glazen later ben ik ontsnapt en verder gaan slapen. De berinnen waren uiterst aardig en lieten me met rust.

“Njet” is een Russisch woord. Maar probeer het maar eens uit: ze begrijpen het niet. Die avond heb ik nog een glas Vodka moeten drinken maar daarna hield ik het al vrij snel voor gezien. En de rest van de reis was alcohol vrij. Ik geloof dat iedereen een beetje moest bijkomen.

We speelden doeraki, aten en suften wat. Olga en Kyolai hebben in mijn dagboek-schrift geschreven, en van de laatste heb ik met wat moeite kunnen winnen met schaken. Het enige potje tot nu toe. En het viel me een beetje tegen van hem. Hij is tenslotte leider van een tankdivisie. Een heus strateeg! Ook Locha was militair. Andrej en volgens mij meer mensen in de trein ook. Daar zat ik dan tussen als spion. Maar ze hebben me niet vermoord. Ze hebben het geprobeerd met al die vodka, maar het is ze niet gelukt. Het geheim van Doeraki neem ik mooi mee naar huis!

Alle Russen zijn Vrienden

Alexei is oil engeneer en kwam de trein in waar het stel me verliet. Novosibirsk dus. Korte tijd later kwam de soldaat de coupe binnen gevolgd door Olga en Locha. Die twee hadden Engels horen praten en waren vast van plan een feestje te bouwen met de buitenlander. Bier drinken moest ik. Alexei (links op beide foto’s hier onder) en Olga spreken redelijk Engels. Maar de voertaal was Russisch en ik probeerde er maar van te maken wat ik er van maken kon.

En ik ben er goed in. Ik heb de dronken Locha er blijkbaar van weten te overtuigen dat ik hem gewoon verstond. De rest van de reis is ie keihard Russisch tegen me wezen praten. De humorist. Olga heeft hem diverse keren de coupe uit moeten sleuren voor hij me eens met rust liet. Toen ik wilde slapen. Zie rechts onder. Maar zover was het nog niet.

Zo begon het.Feestje?

De soldaat (rechts op de linker foto) bleek Vwasili te heten. Rustig en ernstig. Veels te serieus voor zijn leeftijd. Niet veel humor maar hulpvaardig waar hij kon. Een goed hart bezat hij wel. Toen ik al min of meer sliep kwam Vitali de coupe weer een viermans bezetting geven.

Daar had ik ze dan. Mijn dronken Russen. Ze zijn allemaal vrienden. Ze praatten alsof ze elkaar al jaren kenden. Waar nodig werd er vertaald, maar over het algemeen kon ik me best redden. Of niet. Dan was ik opeens een spion. Of een homo. Tot grote hilariteit.

De dag erna bleek de verbondenheid der Russen nog sterker. En ik mocht deelnemen. Ik heb kennis gemaakt met (Ni)Kyolai en Katja. Er waren ook twee “stille” handelsreizigers wiens namen ik nooit meegekregen heb. Ze werden allemaal aangetrokken door de aanwezigheid van een buitenlander. Nieuwschierig en in voor een feestje. Olga leerde me doeraki, een kaartspel, en allemaal wilden ze me eten voeren. Wie de russen wil leren kennen hoeft geen honger te lijden. Ze stoppen je gewoon vol. Gerookte bajkalvis, gehakt, aardappels in deegpakketjes, brood, worst en weet ik veel wat. Als je niet wil dan voeren ze je gewoon. Net als bier.

Biertje?

Proost, beer!

Dat zijn tweeliterflessen bier, daar op de foto. Boven: Vitali, Vwasili, Locha en ik. Onder met Olga erbij. En drie beren van wie ik de naam niet ken. Alle foto’s hier heb ik van Locha zijn kamera afgepikt want zelf ben ik een hopeloze fotograaf.

Met zijn vertrek, de avond van 5 februari, gaf de stille soldaat – van de luchtmacht was ie – me een officieel opstick wapen van de Russische luchtmacht. Het interesseert me geen zier, al dat militair gedoe, maar het betekende overduidelijk veel voor hem. Op de een of andere manier ben ik er erg trots op.

Alexei was toen al een tijd weg en Vitali zou een station later uitstappen. Maar niet voordat hij met zijn dronken harzes ruzie had gemaakt met de twee berinnen die zich in onze coupe moesten nestelen. Een ervan had een snor. Ze hadden de deur voor hem, en dus ook voor mij, op slot gedaan. Daar stond ik met mijn enorme rugzak in de gang, want tegelijkertijd probeerde Locha en Olga me in hun coupe te ruilen. Niemand die mij wat vroeg. Ik had gewoon te gehoorzamen. Maar gelukkig is het ruilen niet gelukt. Dat heeft me wat slaap gewaarborgd.

De berinnen deden de deur open en ik nestelde me weer op mijn plekje. Niet voor lang. Want twee minuten later kwam Locha me halen voor wat mijn verjaardag bleek te zijn.